Gerhard Westerdijk

Gerhard Westerdijk

Gerhard lag als 6-jarige op zijn rug in het weiland ten zuiden van Arnhem ademloos te kijken naar dogfights van grote groepen Gloster Meteors. “Dat wil ik later ook gaan doen”, dacht ik. Later kwamen de eerste eenvoudige plastic bouwpakketjes van Revell. Gevolgd door de wat moeilijker kartonnen bouwplaten van vliegtuigen. Die waren van het merk “Veritas”.

Op de HBS ontmoette ik een nieuwe klasgenoot die zweefvlieger was. Zweefvlieger worden bleek heel eenvoudig. Van 1965 tot en met 1970 heb ik zo’n 350 starts gemaakt vanaf Terlet bij de Gelderse Zweefvliegclub. Van 1968 tot 1970 was ik als Luitenant Legerluchtwaarnemer, ingedeeld bij 300 Squadron van de Groep Lichte Vliegtuigen. Na de dienstplicht kon ik naadloos overstappen naar de opleiding tot vlieger bij de Koninklijke Luchtmacht.

Eerst 40 uur op de Fokker S-11 “Instructor” bij de Nr. 1 Instructievlucht op de Vliegbasis Gilze-Rijen. De EVO. (Elementaire Vlieg Opleiding) Gevolgd door 150 uur op de VVO (Voortgezette Vlieg Opleiding) op de Fouga Magister op de Vliegbasis Brustem nabij Sint Truiden in België. Aansluitend door naar Twenthe voor de afronding van de opleiding bij de TVO (Transitie Vlieg Opleiding) Daar werd nog eens 75 uur T-33 (T-bird) bijgeschreven in de boeken, waarna de uitreiking van het Groot Militair Brevet volgde. Van de T-33 door naar de NF-5 opleiding, inclusief wapen training. Dat was op 315 Squadron, eveneens op Twente. Daarmee werd in 1972 de opleiding tot jachtvlieger afgerond. Operationele inzet volge op de NF-5 bij het 316 Squadron op Gilze-Rijen. Om door te stromen naar de Lockheed F-104 Starfighter moest er eerst 450 uur jet vlieguren in het logboek staan. Eind 1973 verhuisde ik naar Leeuwarden voor een opleiding F-104 bij de TCA. Tactical Conversion All weather) De mooiste luchtmacht tijd brak nu aan. Operationeel vlieger bij 322 Squadron. Het oudste van de KLu, met als mascotte Polly Grey, de grijze roodstaart papagaai. Het Squadron motto is: “Niet praten, maar doen”.

Na de Luchtmacht begon ik in 1978 aan een carrière bij de KLM. Aanvankelijk op de F-27 bij de City Hopper. Drie jaar als FO en daarna nog eens drie jaar als Captain. In 1984 naar de A-310 als FO. De grote stap naar de palmbomen, witte stranden, de geuren en kleuren van verre bestemmingen brak aan in 1986. FO op de Boeing 747 (200-300). In 1994 mocht ik doorschuiven naar de linker (Gezagvoerder) stoel. In 2003 omgeschoold naar de 747-400. Tijdens mijn bestaan als verkeersvlieger waren er nog wat hobby functies. Als redacteur/illustrator bij het maandblad van de Vereniging van Verkeersvliegers. Als lid van de B-1 examencommissie voor het vak Meteorologie. Bestuurslid Vliegdienstzaken bij de SKHV (Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht) en later in dezelfde functie bij de DDA (Dutch Dakota Association). De DC-3 rating heb ik gehaald bij Springbok Flying Safaris op Rand Airport in Zuid Afrika. In beide deze organisaties heb ik gevlogen op verschillende typen historische vliegtuigen. Uitsluitend “taidraggers”.

Het pensioen bij de KLM brak aan in 2005. Direct heb ik me bij FHF (Fokker Heritage Flight) als vlieger op hun Fokker F-27 aangemeld. Na een opleiding bij CAE, afgerond met een type-rating examen op de flight simulator en het vliegtuig, zou ik kunnen beginnen met rondvluchten. Daar er weinig animo voor was, bleef de F-27 meestal aan de grond. Door als free lance vlieger in dienst te treden bij een F-27 operator in het buitenland kon ik mijn F-27 ervaring nog een tijd uitbreiden. In 2009 is helaas ook dit deel van mijn carrière beëindigd.

Vanaf de aanvang van de DHJA ben ik bij de organisatie betrokken. De laatste jaren verzorg ik samen met John Kilpatrick de Technische Administratie van onze Fouga en maak ik deel uit van het dagelijks bestuur.